Lezen & leesplezier · Tips
Leesplezier stimuleren: laat je kind meebeslissen
Redactie Mijn Leerplein · · 3 min leestijd
Kinderen lezen vaak liever als ze zelf iets te zeggen hebben over wat ze lezen. Zo geef je die ruimte, met begeleiding die past.

Wie zelf mag kiezen, voelt zich eigenaar. Dat geldt voor een spelletje, voor eten en ook voor boeken. Een kind dat een boek zelf heeft uitgezocht, begint er vaker met zin aan dan aan een boek dat het 'moet' lezen. Dat zelf kiezen werkt het best als het niet grenzeloos is: een kind dat voor een volle boekenkast staat, kiest vaak helemaal niet.
Keuzevrijheid mét begeleiding
Onderzoek naar leesmotivatie laat steeds hetzelfde beeld zien: kinderen lezen liever als ze zich gezien voelen, als ze zelf iets mogen kiezen en als het boek net goed te doen is. Stichting Lezen vat dat samen als oprechte interesse, autonomie en een passende uitdaging. In gewone taal: luister naar je kind, geef echte keuze en zorg dat het boek niet onmogelijk moeilijk is. Dat geldt op school én thuis.(Stichting Lezen)
Begeleiding betekent hier niet voorschrijven. Het betekent dat je de keuze kleiner en makkelijker maakt. Bied twee of drie echte opties aan in plaats van de hele bibliotheek. 'Wil je het boek over de piraten, of dat over de voetbalclub?' werkt beter dan 'zoek maar iets uit'.
Ontdek waar de interesse zit
Voetbal, paarden, de ruimte, griezelen, grappen: bijna elke interesse heeft een boek, strip of tijdschrift. Vraag door op wat je kind al leuk vindt. Wat vind je er zo leuk aan? Wil je er meer over weten, of juist een spannend verhaal erover? Zo ontdek je of je kind op zoek is naar weetjes of naar avontuur.
Laat je kind ook teruggeven waarom het iets kiest. 'Waarom deze?' is geen controlevraag maar een gesprek. Wie kan uitleggen waarom een boek leuk lijkt, kiest de volgende keer scherper.
Als je kind niet wil kiezen
Sommige kinderen kiezen niet omdat kiezen lastig is, niet omdat lezen saai is. Kies dan zelf één boek en leg er twee naast: 'Deze las ik vroeger graag, maar jij mag een van de andere twee pakken.' Zo blijft er keuze, zonder dat de drempel te hoog wordt. Een boek dat na een paar bladzijden niet bevalt, mag trouwens weg; dat is geen falen maar ervaring.
Thuis én in de klas
- Thuis: leg drie boeken klaar bij het avondeten en laat je kind er één kiezen voor het leesmoment.
- In de klas: laat leerlingen uit een kleine, wisselende boekenhoek kiezen in plaats van uit de hele kast.
- Overal: strips, weetjesboeken en gedichten tellen ook mee als lezen.
- Overal: laat je kind een boek voor jóu kiezen; dat maakt het gesprek gelijkwaardig.
Houd het leesmoment klein en haalbaar
Kies een klein leesmoment dat bij jullie dag past en dat je kunt volhouden. Vijf tot tien minuten na het eten of voor het slapen is genoeg om mee te beginnen. Het gaat om de gewoonte en het plezier, niet om het aantal bladzijden.
Voorbeeld thuis (fictief)
Stel: Sem (8) leest weinig, maar praat de hele dag over dinosaurussen. Zijn ouder neemt hem mee naar de bibliotheek en laat hem uit drie dino-boeken kiezen: een weetjesboek, een strip en een verhaal. Het weetjesboek wordt een succes; de strip ligt na een week nog steeds naast zijn bed. Volgende week mag Sem zelf drie nieuwe boeken uitzoeken, nu ook over vulkanen.
