Naar de inhoud

Hier ben je even niet

Dit deel van Mijn Leerplein is voor volwassenen.

Terug naar Mijn plek

Leren & oefenen · Tips

Digitaal oefenen en oefenen op papier combineren

Redactie Mijn Leerplein · · 2 min leestijd

Scherm en papier hebben elk hun eigen sterke kanten. Wat je wilt oefenen bepaalt welk middel past — en vaak is het allebei.

Kind oefent op een tablet aan tafel
Foto ter illustratie: Julia M Cameron via Pexels · Licentie

Het hoeft geen keuze te zijn tussen scherm of papier. De betere vraag is: wat wil je laten oefenen, en welk middel past daarbij? Het gaat om de oefenhandeling — de som maken, het woord schrijven, de tekst lezen — niet om het apparaat.

Begin bij het doel, niet bij het middel

De richtlijn van de Education Endowment Foundation over digitale technologie zegt hetzelfde: begin bij het onderwijskundige doel. Technologie kan de kwaliteit en hoeveelheid van oefenen en beoordelen verbeteren, maar is nooit op zichzelf de oplossing. Dat rapport gaat overigens niet over schermtijd — daar doen we hier dus ook geen uitspraken over.(Education Endowment Foundation)

Wat digitaal handig maakt

  • Veel herhaling in korte tijd, met een spelelement dat helpt vol te houden.
  • Bij veel oefeningen direct zien of een antwoord klopt, en soms hulp of uitleg op het moment dat het lastig wordt.
  • Rustig oefenen op een gekozen onderdeel, zonder dat je zelf opgaven hoeft te bedenken.

Eerlijk is eerlijk: niet elk spel geeft uitleg en niet elk antwoord krijgt directe feedback. Mijn Ontdektocht laat bijvoorbeeld bewust pas aan het eind zien wat er goed en fout ging. Kijk per activiteit wat het doet.

Wat papier handig maakt

  • Ruimte voor tussenstappen: een som uittekenen, een hulpregel schrijven, een schema maken.
  • Rustig werken zonder scherm, meldingen of verleiding.
  • Makkelijk samen terugkijken naar wat er gedaan is — het werk blijft liggen.

Sommige dingen vragen gewoon om papier. Voor schrijven, tekenen en tussenstappen kan papier prettig zijn; ook een digitale pen kan daarbij passen. Op papier kun je samen de tussenstappen bekijken. Ook bij digitaal oefenen helpt het om je kind af en toe te laten uitleggen wat het doet.

Een concreet afwisselend oefenmoment

Een voorbeeld dat thuis en in de klas werkt: begin met vijf minuten digitaal opwarmen (bijvoorbeeld een tafelspel), maak daarna één werkblad met tussenstappen, en sluit af met een korte blik op wat er gemaakt is. Of andersom: gebruik een werkblad om te zien waar het hapert, en oefen dat onderdeel daarna digitaal verder.

Check na een week

Kijk na een week terug: bij welke vorm bleef je kind het langst geconcentreerd, en wat ging daarna makkelijker? Vraag het je kind ook zelf. Houd vast wat werkt en laat los wat alleen tijd kost. Er is geen vaste verhouding die voor elk kind klopt.

Voorbeeld in de klas (fictief)

Stel: in groep 6 oefent de helft van de klas de tafels op tablets, terwijl de andere helft aan tafel een werkblad maakt. Na tien minuten wisselen ze. De leerkracht loopt rond bij het papierwerk en kijkt mee met de tussenstappen — precies het deel dat het scherm niet overneemt.