Naar de inhoud

Hier ben je even niet

Dit deel van Mijn Leerplein is voor volwassenen.

Terug naar Mijn plek

Lezen & leesplezier · Tips

Begrijpend lezen: praat over wat je leest

Redactie Mijn Leerplein · · 3 min leestijd

Begrijpend lezen groeit in het gesprek over een tekst. Met goede vragen laat je je kind nadenken, terugkijken en redeneren.

Kinderen werken samen in een klaslokaal
Foto ter illustratie: Mikhail Nilov via Pexels · Licentie

Begrijpend lezen is meer dan woorden kunnen lezen. Het gaat om snappen wat er staat, wat er bedoeld wordt en wat je ervan vindt. Dat oefen je goed door samen over een tekst te praten — niet met een vraaglijst, maar met een echt gesprek.

Rijke teksten als basis

Het gesprek wordt beter als de tekst iets te bieden heeft. SLO beschrijft rijke teksten als teksten met echte inhoud en taalkwaliteit, die aansluiten bij wat kinderen al weten en tegelijk uitdagen. In zo'n tekst komen nieuwe woorden in een betekenisvolle context en hangen de delen met elkaar samen. Over een tekst waar niets in staat, valt weinig te praten.(SLO)

Vragen die het gesprek openen

Wissel vragen over wat er letterlijk staat af met vragen die uitnodigen tot uitleg en redeneren. Een paar voorbeelden:

  • Wie is de hoofdpersoon, en wat wil hij of zij?
  • Waarom doet iemand wat hij doet?
  • Waar in de tekst staat dat? Kun je het aanwijzen?
  • Wat denk je dat er hierna gebeurt, en waarom?
  • Welk woord vond je lastig? Wat zou het kunnen betekenen?

Bij een verhaal draait het om personages, motieven en voorspellingen. Bij een informatieve tekst om hoofd- en bijzaken: 'Wat is de belangrijkste zin van dit stukje? Welke twee dingen leer je hier over de bever?'

Bewijs zoeken én redeneren

De vraag 'Waar staat dat?' is belangrijk: een kind leert zo dat een antwoord uit de tekst komt. Maar niet elk antwoord staat letterlijk in de tekst. 'Waarom is de mol boos op de rat?' vraagt om redeneren: je kind combineert wat er staat met wat het weet. Beide vragen horen erbij; alleen terugkijken is te weinig, alleen gokken ook.

Doe het zelf ook even voor

Laat eens horen hoe jíj een lastig stuk aanpakt: 'Dit woord ken ik niet. Ik lees de zin nog een keer… ah, het zal zoiets betekenen.' Zo ziet je kind dat ook volwassenen soms moeten puzzelen. Zeg het antwoord niet voor; laat zien hoe je erachter komt.

Laat je kind zelf een vraag stellen

Draai de rollen om: welke vraag zou jouw kind aan de schrijver willen stellen? Of aan een klasgenoot over dit stuk? Een eigen vraag laat zien wat je kind opvalt en waar het nog meer over wil weten. De handreiking van SLO over rijke gesprekken benadrukt juist die ruimte voor eigen denken en formuleren, met de volwassene als begeleider in plaats van ondervrager.(SLO)

Check het begrip na een korte pauze

Vraag na afloop — of de volgende dag — of je kind het stuk in eigen woorden kan vertellen. Dat hoeft geen samenvatting van schoolniveau te zijn; 'vertel in drie zinnen waar het over ging' is genoeg om te horen of het is blijven hangen.

Voorbeeld thuis (fictief)

Stel: Mo (9) leest een stukje over een vuurtorenwachter die zijn licht laat branden tijdens een storm. Zijn vader vraagt: 'Waarom blijft hij wakker, denk je?' Mo bladert terug en vindt de zin over de schepen op de rotsen. 'Dus als hij slaapt, varen ze stuk.' Daarna bedenkt Mo zelf een vraag: 'Hoe vaak ging zo'n lamp eigenlijk uit?' Dat is begrijpend lezen in actie.